Underperformance mijnaandelen: wat is er aan de hand?

De eerste jaarhelft zit er bijna op en dat betekent traditioneel besprekingen van klantenportefeuilles en het  eventueel aanpassen van de gevolgde beleggingsstrategie.  De met voorsprong meest gestelde vraag daarbij is waarom de mijnaandelen achter blijven op de stijging van de goud- en de zilverprijzen. Een terechte vraag, waar geen eenduidig antwoord op is.

Toen de lithiumprijs in 2022 de hoogte inschoot, verveelvoudigden de koersen van vrijwel alle gevolgde aandelen uit de sector. Hetzelfde verhaal bij de uraniumaandelen vorig jaar. Maar bij goud en zilver lijkt het voorlopig maar niet te willen lukken.  We bekijken een aantal oorzaken.

Korte vs. lange termijn

Ten eerste moet een en ander in het juiste perspectief worden gezien. Zo klom de Van Eck Gold Miners ETF (GDX) tussen begin maart en eind mei met bijna 45%. De Junior Silver Miners ETF (SILJ) liet zelfs meer dan 65% bijschrijven. Deze rendementen zijn weliswaar vanaf een bodemniveau gerekend en de voorbije weken ging er weer ruim 10% af, maar ik wil alleen aantonen dat de algemene perceptie dat mijnaandelen niet zijn gestegen toch niet helemaal klopt.

Het is wel zo dat de stijging gemeten over een langere referentieperiode niet veel voorstelt in verhouding tot de hogere edelmetaalprijzen. Zo noteren zowel GDX als SILJ op hetzelfde niveau als vier jaar geleden, hoewel de goudprijs intussen 500 dollar hoger staat en zilver in verhouding nog meer is gestegen. De vaststelling  dat de mijnaandelen achterblijven komt dus niet zomaar uit de lucht vallen.

Margedruk

Voor producenten is niet zozeer de goud- of zilverprijs zelf van belang maar wel de marges, of het verschil tussen de verkoopprijs en de totale productiekost (AISC). Tijdens en na de Covid-periode schoten de prijzen voor inputkosten arbeid (lonen, contractueel personeel), energie (olie, gas, elektriciteit) en andere grondstoffen (staal, cyanide, explosieven) de hoogte in, dit terwijl goud en zilver in een vrij nauwe prijsvork bewogen. De winstmarges stonden dus onder druk en dit liet zich zien aan de koersevolutie van de mijnaandelen.

De voorbije maanden brachten wel soelaas want de gemiddelde goudprijs was in het eerste en tweede kwartaal nooit eerder zo hoog. In het eerste kwartaal was dit nog niet echt te zien in de kwartaalcijfers van de goud- en zilverproducenten omdat de verkoopprijzen met vertraging reageren. In de cijfers van het lopende tweede kwartaal, die in juli en augustus gepubliceerd worden, zal dat wel al het geval zijn.

Mogelijks zorgen die fors gestegen marges (en dus hogere kasstromen) voor een wake-up call bij de beleggers.

Voldoende lucratieve alternatieven

Periodes waarin de goudprijs stijgt, gaan historisch meestal gepaard met tegenvallende prestaties van andere activa. Dit was bij de meest recente prijsuitbraak niet het geval. Obligaties doen het effectief niet goed door de stijgende rente maar daar tegenover staat dat vrijwel alle grote beursindexen op recordniveaus staan, gestuwd door de AI-koorts en een overschot aan liquiditeiten in de markt. Dan zijn er nog de cryptomarkten. Tijdens de vorige uitbraken bij goud stelde crypto nauwelijks iets voor maar intussen is de gecombineerde beurswaarde van alle crypto’s gestegen tot meer dan 2,5 biljoen dollar!

Het valt moeilijk te kwantificeren maar dat crypto een deel van het speculatieve investeringsgeld dat vroeger naar goud en mijnaandelen vloeide heeft ingepikt, kan niet worden ontkend.

Zolang andere (speculatieve) investeringen het goed blijven doen, is er dus geen incentive voor generalistische investeerders om de stap naar goud en mijnaandelen te zetten. Dat is ook duidelijk te zien aan de handelsvolumes bij de mijnbouwaandelen.  Die staan op een historisch laag niveau, wat illustreert dat voorlopig enkel nog de gespecialiseerde investeerders in deze markten actief zijn.

Een ommekeer in de brede markt kan dit doorbreken, al is de kans reëel dat bij een brede beursdaling de mijnaandelen in eerste instantie ook mee de dieperik in gaan om dan vervolgens als eerste weer recht te veren. Zo ging het althans in 2008/2009.

Hogere rente

Dan zijn er nog een aantal specifieke zaken die van toepassing zijn voor de projectontwikkelaars en de exploratiebedrijven. Deze categorie heeft nog geen inkomsten uit mijnproductie en dus geen kasstromen. Tegelijk is er wel geld nodig voor de bouw van een mijn en/of bijkomende exploratie. Dit betekent dat er regelmatig vers geld moet opgehaald worden. De kapitaalmarkten zijn vanuit risicostandpunt niet zo vriendelijk voor de kleinere mijnbouwbedrijven zonder inkomsten.  Daarbij komen nog de forse rentestijgingen sinds 2022 die klassieke financieringen voor veel bedrijven onbereikbaar maakten.

 

In sommige gevallen konden royalty- of streamingovereenkomsten soelaas brengen maar vaker moesten ontwikkelaars en exploratiebedrijven hun toevlucht nemen tot private plaatsingen onder ongunstige voorwaarden met veel nieuwe aandelen tegen een lage prijs. Die zorgen voor een hoge verwatering voor bestaande aandeelhouders, wat voor lagere koersen zorgt.

Naked shorting (handel met voorkennis)

Een andere factor is het fenomeen van ‘naked shorting’, een praktijk die toegestaan is op de TSX (Toronto) en TSX Venture, waar de meeste kleine mijnbedrijven noteren. M.a.w., het shorten van aandelen zonder deze in bezit te hebben (of geleend) is perfect legaal.

Nu is naakt shorten een gevaarlijk spelletje. De maximale winst is ‘beperkt’ tot 100% (indien het aandeel naar nul gaat, hoef je de positie niet te coveren en het niet terug te kopen) maar het potentiële verlies is onbeperkt want een aandeel kan stijgen tot ver boven het niveau waar het geshort werd. Daarom worden de meeste naked shorts opgezet met voorkennis, wat ze dus eigenlijk illegaal maakt.

Een klassiek voorbeeld is een bedrijf waarvan de liquiditeitsreserves fors geslonken zijn en dat op het punt staat om vers geld op te halen, bijvoorbeeld via een aandelenuitgifte met warrant via een private plaatsing, een bought deal of een converteerbare obligatie.  Wie daarvan voorkennis heeft (entourage van insiders en investeringsbanken die de kapitaaloperatie begeleiden bijvoorbeeld), kan risicoloos shorten tot zolang de koers onder de uitoefenprijs van de warrant of de conversieprijs zakt. Particuliere aandeelhouders die niet kunnen deelnemen aan de kapitaaloperatie zijn in dergelijke gevallen een weerloos slachtoffer en moeten de koersdalingen slikken.

De toekomst

En dan nu het goede nieuws. Er was historisch nog nooit een hausse in de goud- en zilverprijs die niet vroeg of laat werd gevolgd door stijgende koersen van de mijnaandelen. Dit zal ook nu weer het geval zijn. Bovenstaande factoren hebben een tijdelijke impact en zullen op termijn moeten wijken voor de natuurkracht van aanhoudend hoge(re) goud- en zilverprijzen.

Omdat er zoveel verschillende factoren meespelen, kan niemand daarvoor een concrete timing meegeven. Dit is echter geen excuus om te wachten met het uitbouwen van een portefeuille mijnaandelen!

Bij Element79 is elke individuele portefeuille maatwerk omdat er nu eenmaal grote verschillen zijn in te beleggen vermogen, beleggingshorizon en risicotolerantie bij elke klant. Voor een screening van een bestaande portefeuille of hulp bij aandelenresearch en het samenstellen van een gebalanceerde  selectie van producenten, projectontwikkelaars, exploratiebedrijven en royalty spelers in de grondstoffensector kunt u mij  contacteren op koen@element79.be .

Goud negeert klassieke correlaties

Correlaties tussen de prijzen van verschillende activa zijn heel belangrijk op de financiële markten. Algoritmes die de beurshandel domineren, zijn volgens deze correlaties geprogrammeerd. Wanneer bepaalde van die correlaties na meer dan 20 jaar niet meer opgaan, dan is het wel  belangrijk om daar even bij stil te staan.

Ik heb het hier concreet over de correlatie tussen de goudprijs enerzijds en de rente en de dollar anderzijds. Een hogere rente is klassiek  nadelig voor goud. Dit is logisch, want goud is een niet-rentedragend actief. Goud wordt ook in dollar verhandeld, waarbij een hogere dollar het metaal duurder maakt voor iedereen buiten de Verenigde Staten.

Schuldenvrij actief

De dollarindex (DXY) is dit jaar al 5% gestegen hoewel al sinds eind vorig jaar renteverlagingen in het vooruitzicht worden gesteld. Daarnaast zit ook de langetermijnrente in de lift. Beide elementen zijn nadelig voor goud maar toch noteert het gele metaal in vrijwel alle valuta tegen een (nominale) recordprijs. In dollar kwam er dit jaar al 12% bij, in euro 15% en in valuta die het nog slechter deden zoals de Japanse yen zelfs 22%.

Maar wat is nu de oorzaak van deze (tijdelijk) gebroken correlatie die al sinds vorige eeuw stand hield? Ik zie er verschillende. Ten eerste is een duurdere dollar een automatisch gevolg van de oplopende rente. Hoe hoger de rentevergoeding, hoe meer geld er naar die munt vloeit. En al zeker als het over de wereldreservemunt (dollar) gaat. Dus moeten we maar naar één parameter meer kijken. Waar komt de hoge (langetermijn)rente vandaan als de inflatie afneemt en de centraal bankiers renteverlagingen in het vooruitzicht stellen?

Het antwoord ligt bij de hoge schuldpositie van in hoofdzaak de overheden. Een oplopende rente maakt de totale rentelast op die schuld steeds zwaarder om te dragen. Daarvoor moeten nieuwe schulden worden uitgegeven wat een vicieuze cirkel in gang zet. De markt gaat een steeds hogere rentevergoeding eisen om dat risico te compenseren. Goud levert geen rente op maar er zijn ook geen schulden aan verbonden. Alle valuta verliezen bijgevolg in waarde tegenover de dollar.

Het Westen is nog niet wakker

Wie dat beter dan wie ook beseft, zijn de centrale banken zelf. Zij hebben al twee jaar op rij een recordhoeveelheid fysiek goud aangekocht. Die moeten dienen om het waardeverlies van de andere valuta die deel uitmaken van de reserves te compenseren. De centrale bank van China neemt daarbij het voortouw en wordt ook gevolgd door de private investeerders. Naar de redenen daarvoor moet niet ver worden gezocht: de Chinese aandelenmarkten doen het slecht, de lokale munt verlies in waarde tegenover de dollar en om het plaatje te vervolledigen is er ook nog een vastgoedcrisis. Geen verrassing dus dat goud in trek is.  

In het westen gebeurt dit vooralsnog niet en zijn de fysieke ETF-stromen nog steeds negatief. De gemiddelde westerse particulier heeft de boodschap dus nog niet begrepen. De rol van de westerse particulier op de goudmarkt wordt steeds onbeduidender. Het zwaartepunt is al langer naar het oosten verschoven. Dit wordt duidelijk geïllustreerd door de volumes op zowel de Shanghai Futures Exchange als de Shanghai Gold Exchange.

Nog even iets over de zogenaamde recordprijs van goud. De vorige records uit 1980 (850 dollar) en 2011 (1920 dollar) waren in nominale termen. Het spreekt voor zich dat die bedragen anno 2024 een stuk hoger liggen. Hoeveel hoger? De Inflation Calculator van de Amerikaanse overheid (https://data.bls.gov ). Deze gebruikt de officiële inflatie van de consumentenprijzen (CPI). Dat is een cijfer dat de reële prijsstijging meestal nog onderschat en bijgevolg zeker geen te hoog actueel cijfer oplevert. Welnu, de 1920 dollar van 2011 is er nu 3400 waard en de 850 dollar van 1980 zelfs 3400!  Van een top in reële termen is dus nog lang geen sprake.

Kansen bij mijnaandelen

Na een run van meer dan 400 dollar in amper twee maanden tijd is het waarschijnlijk en zelfs wenselijk dat er een consolidatieperiode volgt.  De echte kansen liggen dan ook eerder bij de goudmijnaandelen dan bij goud zelf.

De reactie van de goudmijnaandelen op de hogere goudprijs was op zijn zachtst gezegd eerder lauw te noemen. Toch in vergelijking met eerdere prijsstijgingen zoals in 2009-2010, 2016 en 2020. Ook daar zijn verschillende potentiële verklaringen voor. Zo zijn nagenoeg alle activa gestegen (records bij S&P500 en Nasdaq) zodat er niet per se nood was om te diversifiëren. Maar intussen zijn veel aandelen intussen duur maar goud wel spotgoedkoop. Daarnaast is er nu de niet te verwaarlozen concurrentie van crypto’s die er tijdens vorige hausseperiodes van goud niet was, of toch in veel mindere mate. Voor de groep speculatieve momentumbeleggers hebben crypto’s de plaats ingenomen van mijnaandelen waardoor daar nu minder geld naartoe vloeit.

Wanneer de impact van de hogere prijzen op de marges duidelijk wordt, zullen de beleggers vroeg of laat wel volgen. Tenminste, wat de producerende bedrijven betreft. Voor developers (projectontwikkelaars) en exploratiebedrijven blijft het een lastige periode. Dat komt enerzijds door de hoge kapitaalkost (rente!) en anderzijds door de risico-aversie tegenover deze bedrijven.  Maar door de hogere goudprijs wordt hetgeen in de grond zit wel steeds meer waard. Dus met bedrijven die een goed project kunnen voorleggen, komt het wel goed. Royaltybedrijven met voldoende financiële slagkracht die goed aan het opletten zijn, kunnen van deze situatie profiteren door bij lucratieve projecten de rol van financier op zich te nemen. Beleggers mogen zeker ook deze categorie niet uit het oog verliezen.

Elke individuele portefeuille is maatwerk omdat er nu eenmaal verschillen zijn in omvang, beleggingshorizon en risicotolerantie. Voor een screening van een bestaande portefeuille of het samenstellen van een nieuwe selectie op basis van uw individuele voorkeuren kunt u mij  contacteren op koen@element79.be .

Jaarstart in mineur voor goud

Lange tijd was er een sterke correlatie tussen de goudprijs en de reële rente (nominale rente min inflatie). Goud is geen rentedragend actief wat wil zeggen dat een positieve reële rente ongunstig is voor het gele metaal wegens de zogenaamde opportuniteitskost. Omgekeerd is een negatieve reële rente juist heel gunstig voor goud.

Correlatie gebroken?

Eind vorig jaar liep die reële rente fors op nadat de inflatie veel sterker daalde dan de rentes. Toch bereikte de goudprijs (kortstondig) een nieuw record dat weliswaar niet vastgehouden kon worden

Is de klassieke correlatie tussen goud en de reële rente daarmee gebroken. Ja en nee is het antwoord. Ja, op het niveau van de prijs, want dat is nu eenmaal de objectieve vaststelling. Neen, op het niveau van de reacties van investeerders die nog steeds uitverkoop houden in goud.

De goud ETF’s kenden in 2023 voor het derde opeenvolgende jaar een netto uitstroom. Die lag met 244 ton nog een stuk hoger dan de 109,5 ton een jaar eerder. Hetzelfde verhaal voor wie belegt in goudmijnaandelen. Ook daar is de prestatie ver ondermaats, dit ondanks de hoge goudprijs. De verkoop van gouden staven en munten daalde vorig jaar met 3%, al waren er wel sterke regionale verschillen.

Zowel de investeerders in ETF’s, goudmijnaandelen als munten en staven reageerden dus op dezelfde manier op de hogere reële rente, nl. door uitverkoop te houden. Maar waarom steeg de goudprijs dan toch? Het antwoord ligt bij de centrale banken. Die kochten gezamenlijk 1037 ton goud, slechts 45 ton minder dan in het recordjaar 2022. Die koopwoede past in de brede trend om de valutareserves te diversifiëren weg van de dollar. De Chinese centrale bank was de grootste slokop met 225 ton, gevolgd door Polen die 130 ton goud kocht. De centrale bank van Polen wil 20% van de totale reserves in goud aanhouden. Momenteel ligt dit cijfer op 12%.

Powell krabbelt terug

De eerste weken van een nieuw jaar zijn traditioneel een periode waarin edelmetalen goed presteren. 2024 is de spreekwoordelijke uitzondering die de regel bevestigt.  Eind februari noteert goud 2% lager dan bij de start van dit jaar. Zilver moet zelfs 4% inleveren. In euro schommelt het rendement van goud rond het nulpunt maar zilver staat wel 2% in het rood.

De verklaring ligt bij een gewijzigde perceptie van de markt tegenover de geplande renteverlagingen. In december verraste Federal Reserve voorzitter Jerome Powell vriend en vijand door voor 2024 een aantal renteverlagingen in het vooruitzicht te stellen. Dit bleek voorbarig want verschillende regionale Fed-gouverneurs temperden al snel de verwachtingen en uiteindelijk keerde ook Powell zijn kar. Tijdens de monetaire vergadering van 31 januari werd de rente zoals verwacht ongewijzigd gelaten maar Powell liet verstaat dat er ook de eerstvolgende vergadering van 20 maart niet op een renteverlaging moet worden gerekend.

De inflatie minder hard dan verwacht en ook de arbeidsmarkt wil maar niet afkoelen. Te agressieve renteverlagingen kunnen de inflatie weer doen aanwakkeren en dit is het laatste wat men in een verkiezingsjaar wil bereiken. Het toekomstige rentepad is met andere woorden weer een stuk onduidelijker geworden. De verwachte start van de renteverlagingen wordt steeds verder achteruit geschoven.  

Toch is een aanhoudend hoge rente niet het basisscenario. Voor veel bedrijven en gezinnen was de hoge rente tot nog toe niet zo’n groot probleem. Dat komt omdat we uit een lange periode van meer dan een decennium komen met lage rentes waarbij er veel tijd was om schulden goedkoop te herfinancieren en in de tijd te spreiden.

Overheden hebben die luxe niet, want wegens de aanhoudende deficits en oplopende schulden zijn deze verplicht om aanhoudend te financieren. De rentelasten nemen dus snel toe en nemen een steeds grotere hap uit de begroting, waardoor nog meer schulden moeten aangegaan worden. Enkel negatieve reële rentes kunnen soelaas brengen en dat zou een gunstig scenario zijn voor goud.

 

2024: de (on)zin van voorspellingen

Het is weer de tijd van het jaar dat beleggers om de oren worden geslagen met voorspellingen voor 2024. Op basis van de prognoses voor inflatie, rente, monetaire politiek en winstevolutie maken analisten conclusies over waar u in 2024 wel en vooral niet in moet beleggen.

Zwart en wit

Daarbij is het opmerkelijk dat gerespecteerde analisten met een lange staat van dienst op basis van dezelfde inputgegevens (zijnde de huidige set macro-economische cijfers) soms tot volledig tegengestelde conclusies komen. Vandaar de vraag: wat moet u als belegger met al die uiteenlopende voorspellingen?

Het antwoord is: heel weinig. Cijfers tonen aan dat aandelenbeurzen ongeveer 85% van de tijd stijgen. Dat wil overigens niet zeggen dat die dalingen in de resterende 15% niet scherper kunnen zijn dan de voorafgaande stijgingen. Voorbeelden genoeg daarvan. Punt is wel dat je als analist veel minder ‘risico’ loopt met het voorspellen van stijgende beurzen dan van dalende. In dat laatste geval moet je timing namelijk perfect zitten en zoals iedereen wel weet is net dat het moeilijkste aan beleggen. Een bepaalde trend herkennen kan iedereen. Daar op een winstgevende manier op inspelen is nog iets anders.

Verplicht optimisme

Tweede punt is dat Wall Street analisten betaald worden om positief te zijn. Beurshuizen hebben er alle belang bij dat hun winkel draait. Stijgende beurzen staan namelijk gelijk aan hogere inkomsten uit transacties en investment banking. Men kan dat ‘verplicht optimisme’ gerust uitbreiden naar schrijvers van beursnieuwsbrieven. Die proberen in de meeste gevallen de boel wat te entertainen door veel te traden. Vervolgens zorgt marketing er voor dat de winnaars in de verf worden gezet en verliezers onder de mat geschoven. Wie in zijn ‘modelportefeuille’ een half jaar geen transacties doet of te lang ‘voorzichtig’ blijft, zal het aantal abonnees zien smelten als sneeuw voor de zon. Het idee van een modelportefeuille is op zich al vrij absurd omdat beleggen maatwerk is en er geen ‘one size fits all’ oplossingen bestaan. Punt hier is dat het aantal onafhankelijke stemmen op de financiële markten heel schaars is. Vrijwel iedereen probeert u- al dan niet verdoken- iets te verkopen.

 

Doe het zelf…

Om een lang verhaal kort te maken: luister vooral niet naar Wall Street (of andere) analisten maar probeer zelf op basis van de beschikbare gegevens een mening te vormen. Toets die vervolgens af bij een van de zeldzame onafhankelijke stemmen in de financiële sector en beslis vervolgens op basis van uw eigen risicobereidheid. Dat is heus niet zo moeilijk als u wel zou denken.

Nemen we het voorbeeld van de S&P500, wereldwijd de meest gevolgde beursindex. De consensus winstschatting van alle S&P500 aandelen voor 2023 bedraagt 221 dollar. Dit betekent dat de index aan de huidige stand tegen ongeveer 21 keer de winst noteert. Dit is tegenover het historische gemiddelde van iets meer dan 18 dus eerder aan de hoge kant. Het ‘soft landing’ kamp, dat uitgaat van een geleidelijke daling van de inflatie zonder dat de economie in een recessie verzeilt, gaat voor 2024 uit van een winstgroei met 11% naar 246 dollar. Dit zou voor de S&P500, bij gelijkblijvende waardering, een stand van 5060 punten betekenen. Aan het andere uiterste gaat het recessiekamp uit van een winstdaling met 15%, waardoor de S&P500 naar 3950 zou terugvallen. Indien tegelijk de gemiddelde waardering zou afnemen naar het historische gemiddelde, dan komen we op 3400 uit.  Beide kampen kunnen plausibele argumenten voorleggen maar er is er maar één die (grotendeels) gelijk zal krijgen.

Voor u als belegger zijn die 3400 en 5060 dus de twee uitersten om mee te werken. De huidige stand van de S&P500 ligt aan de bovenkant van deze vork. Dit strookt met het feit dat het ‘soft landing’ scenario het vooralsnog lijkt te halen want de arbeidsmarkt en de consumentenuitgaven blijven vrij sterk terwijl de inflatie toch geleidelijk daalt. Dit wil niet zeggen dat de situatie er binnen een paar maanden niet helemaal anders kan uitzien. Beleggen is niet alleen ‘buy and hold’ maar ook aanpassen aan gewijzigde situaties. U moet zich dus de vraag stellen of u flexibel genoeg bent om met uw huidige portefeuille op op beide situaties te kunnen inspelen.  

Element79 verkoopt geen beleggingsproducten en geen betalende abonnementen.

Element79 biedt wel een dienst aan namelijk een onafhankelijke portefeuillescreening, een tweede opinie en (hulp bij) gespecialiseerde beleggingsresearch. Dit in alle discretie en op basis van intussen 25 jaar ervaring op de financiële markten.

ETF’s zorgen voor scheeftrekking bij de juniors/explorers

Ik heb er nooit een geheim van gemaakt geen al te grote fan te zijn van aandelentrackers (ETF’s) in de mijnbouwsector. Daar zijn verschillende redenen voor.  

Winnaars van gisteren

De voornaamste is dat de samenstelling van de onderliggende (kapitalisatiegewogen) indexen per definitie gebaseerd is op prestaties uit het verleden. Dit is onder meer zo bij de populaire indexen van Market Vectors (Gold Miners en Junior Gold Miners) die de basis vormen van de populaire GDX en GDXJ trackers.

Aandelen die het de afgelopen periode goed deden, worden beloond met een hoog gewicht binnen de index. Je koopt met andere woorden de winnaars  van gisteren, maar er is geen enkele garantie dat ze deze prestatie zullen herhalen in de toekomst.

Spelregels eenzijdig gewijzigd

Een tweede en minstens even belangrijke reden is dat je als belegger geen enkele impact hebt op de criteria waarmee de indexen die door de trackers worden geschaduwd zijn samengesteld. Dan krijg je situaties waarbij ETF’s een bepaalde sub-niche (in dit geval de exploratie-aandelen) gewoon gijzelen.

Zo voerde Market Vectors ‘out of the blue’ een aanpassing door in de regels voor de Junior Gold Miners index. In de praktijk kwam het er op neer dat kleine posities (nog) verder werden getrimd ten nadele van de grotere posities.

Nu moet u weten dat meer dan 60% van de bedrijven die deel uitmaken van GDXJ helemaal geen juniors zijn maar mid tiers. Het aantal echte developers of exploratiebedrijven is heel beperkt en dan nog zitten er bedrijven tussen waar je liever geen aandeelhouder van bent!

Geen kwaliteitscriteria

Dit brengt me naadloos bij het volgende punt, namelijk dat kapitalisatiegewogen indexen onvermijdelijk verschillende bedrijven bevatten met minder kwaliteitsvolle activa of die minder goed worden beheerd.

Ik wil hiermee voor alle duidelijkheid niet zeggen dat alle ETF’s waardeloos zijn.  Alleen zijn ze in de meeste gevallen niet de beste optie voor beleggers die in de niche van edelmetaalaandelen de hoogst mogelijke rendementen willen halen. Actief beheer is een must en al zeker wie zich (gedeeltelijk) op echte juniors en exploratiebedrijven richt.

Een ETF ontwikkelen voor deze sub-niche is trouwens onmogelijk want daarvoor is de beurswaarde van veel bedrijven te klein en zou de markt bij een grote in- of uitstroom worden ontwricht.  

Koopzone

Intussen zijn zowel GDX als GDXJ sinds de top van april al ongeveer 20% gecorrigeerd. Bij veel exploratiebedrijven was de schade nog groter.  Daardoor zitten we  voor een selectie interessante aandelen weer in de koopzone.

Element79 levert gespecialiseerde research en beschikt door het meer dan 20 jaar actief opvolgen van de mijnbouwindustrie over een uitgebreid netwerk van CEO’s, board members, financierders, sell-side analisten, newsletter writers en private ‘accredited investors’ in de Verenigde Staten, Canada en Australië. 

Deze kennis is onmisbaar bij het samenstellen van een uitgebalanceerde portefeuille producenten, developers, exploratiebedrijven en royaltyspelers. Voor een portefeuillescreening, contacteer mij op koen@element79.be