Goud blijft op recordkoers

Meer dan 50 jaar na de laatste (gedeeltelijke) audit van Fort Knox wordt er weer eens over een volledige doorlichting gesproken zelfs een revaluatie van de Amerikaanse goudvoorraad ligt op tafel.

Wie de voorbije decennia in de mainstream financiële community een van beide onderwerpen ook maar durfde aanhalen, werd per direct als een complotdenker of een gek weggezet. Maar nu brengen niemand minder dan de Amerikaanse Minister van Financiën (Treasury Secretary) Scott Bessent en schaduwpresident Elon Musk deze onderwerpen op tafel. En dan is er ineens wel voldoende credibiliteit voor de financiële pers om er massaal aandacht aan te besteden.

De goudprijs noteert in verschillende valuta op of in de buurt van een historisch recordniveau. Daarbij zijn de prijscorrecties tot nog toe van korte duur en heel beperkt in omvang. Dat is opmerkelijk want fundamenteel gezien zijn er verschillende factoren die – theoretisch dan – in het nadeel van goud zouden moeten spelen. De langetermijnrente blijft hoog en de centrale banken zijn terughoudend om de korte beleidsrente verder te verlagen. De klassieke inverse correlatie tussen goud en de reële rente is dus opgeheven.

 Bron Grafiek: Stockcharts.com

De kerninflatie in de Verenigde Staten lag vorige maand boven de verwachtingen. Dat betekent dat de kans op bijkomende renteverlagingen door de Federal reserve op korte termijn weer is afgenomen. Dit weerspiegelt zich ook in de renteverwachtingen. De termijnmarkten prijzen momenteel in dat de Federal Reserve pas in juli weer een volgende renteverlaging plant. Onheil op de aandelenmarkten of andere onvoorziene omstandigheden kunnen dit uiteraard vervroegen.

Goud slaagt er ook in om de geopolitieke ontspanning van zich af te schudden. Ineens is in verschillende broeihaarden die al jarenlang aanslepen (Oekraïne, Gaza) de kans op vrede toegenomen. Toch valt nog af te wachten in hoeverre het daar tot een duurzame oplossing kan komen. Dat de edelmetalen de in verhouding nog steeds dure dollar, de rente-evolutie en de geopolitieke ontspanning voorlopig negeren, komt omdat er verschillende andere factoren zijn waar goud zich wel kan aan optrekken.

Op de fysieke markt blijven de centrale banken massaal goud inkopen. 2024 was het derde jaar op rij dat meer dan 1000 ton werd gekocht om de valutareserves te diversifiëren. Een ander element is de heisa rond de invoertarieven die president Trump wil hanteren. Over de concrete invulling en de timing van deze tarieven is nog weinig geweten en de voorgestelde modaliteiten wijzigen ook voortdurend.

Hoge fysieke vraag: niet enkel tariefgerelateerd

Bij de grondstoffen worden momenteel aluminium en staal  geviseerd maar bijvoorbeeld koper niet. Over goud en zilver is er nog geen duidelijkheid. De kans is groot dat goud de dans zal ontspringen omdat het om een metaal met een monetaire functie gaat (lees: centrale banken houden het aan als onderdeel van hun valutareserves).

Dat brengt ons bij de aanhoudende stroom van fysiek goud uit de kluizen van de London Bullion Market Association (LBMA) in Londen naar de Comex (ICE) in New York. Die werd aanvankelijk toegeschreven aan een anticipatie van handelaren op de nieuwe tarieven maar intussen zijn de wachttijden voor fysieke levering op de LBMA in Londen opgelopen naar bijna twee maanden! Tot voor december was een wachttijd van slechts enkele dagen gebruikelijk. Ook de Zwitserse uitvoer van goud naar de Verenigde Staten is sinds december fors gestegen.

Er is dus meer dan waarschijnlijk iets meer aan de hand. Zeker is dat een of meerdere marktpartijen duidelijk een grote honger hebben naar fysiek goud. Al dan niet toevallig toonde Elon Musk interesse in de Amerikaanse goudvoorraad en dan meer bepaald het deel dat ligt opgeslagen in Fort Knox, een legerpost in de staat Kentucky. De laatste volledige audit vond plaats in 1953 en in 1974 was er een gedeeltelijke audit.  Musk stuurt aan op een nieuwe  doorlichting en zou deze laten uitvoeren door het nieuwe Department of Government Efficiency (DOGE) dat door hem wordt geleid. Misschien is de fysieke goudstroom richting New York een indicatie dat eerder uitgeleend goud weer wordt gerepatrieerd naar de Verenigde Staten.

Bron Grafiek: Stockcharts.com

Revaluatie: druppel op een hete plaat

Al dan niet toevallig ontstond er recent onder analisten en in de pers speculatie over een mogelijke revaluatie van deze Amerikaanse goudvoorraad. Aanleiding van de speculatie is een uitlating van de nieuwe Amerikaanse Minister van Financiën Scott Bessent die aangaf de activazijde van de Federal Reserve balans te willen ‘monetiseren’. Een van de mogelijke interpretaties is een herwaardering van de goudvoorraad tegen de huidige marktprijs.

De Amerikaanse goudvoorraad bedraagt officieel 8134 ton en wordt door het Ministerie van Financiën (Treasury) gewaardeerd tegen 42 dollar per ounce of ongeveer 11 miljard dollar. Dit cijfer is ongewijzigd sinds 1972. Een herwaardering aan de huidige prijs zou de waarde ervan doen oplopen naar 760 miljard dollar. Dat bedrag kan dan worden bijgeschreven bij de lopende rekening van het Ministerie, de Treasury General Account of TGA.

In hoeverre dit een realistisch scenario is, valt nog af te wachten. Ondanks de grote omvang van het bedrag, zou een revaluatie hoe dan ook niet meer dan een druppel op een hete plaat zijn. De totale overheidsschuld bedraagt namelijk meer dan 36 biljoen dollar (36000 miljard) en loopt jaar na jaar op. Die hoge schuld is de reden waarom Bessent streeft naar lagere rentes. Zijn voorganger Janet Yellen financierde de Amerikaanse overheidsschuld vooral op korte termijn. Dit maakt dat de rentelasten  afhankelijk zijn van de kortetermijnrente. Bessent wil de schuld weer financieren door de uitgifte van overheidspapier met langere looptijden. Maar daarvoor moet ook de langetermijnrente naar omlaag.

Koen Lauwers

Atypische bullmarkt bij goud

2024 was voor goud het beste jaar sinds 2010 met een rendement van 26% in dollar en zelfs 34% in euro. Op de top van eind oktober lagen deze cijfers nog iets hoger maar de verkiezing van Donald Trump zette winstnemingen in gang. Ook de Federal Reserve werkte niet echt mee door de verwachtingen wat betreft renteverlagingen in 2025 fors te dimmen. Maar voor goud is op langere termijn eerder de reële rente van belang.

Niettemin gaat het ergens om een atypische stijging want om van een echte bull-market te kunnen spreken moet goud ook andere activa outperformen en dat was niet helemaal het geval. De financiële markten bevinden zich namelijk in een uitzonderlijke set-up waar verschillende activa tegelijk op of in de buurt van recordniveaus noteren. Zo liet de S&P500 dit jaar 23% bijschrijven en de Nasdaq100 zelfs 29% (beide rendementen in dollar).

Rente-tweespalt

De enige grote activaklasse die dit jaar achterbleef, is die van de overheidsobligaties, al verschilt de prestatie sterk naargelang de looptijd. Die laatste nuance heeft dan weer te maken met de het feit dat de Federal Reserve weliswaar sinds deze zomer de (korte) beleidsrente met 100 basispunten (1%) verlaagde maar de lange rente blijft hardnekkig hoog.

Een lage korte rente is goed nieuws voor bijvoorbeeld consumentenkredieten maar ook voor de Amerikaanse overheid die de voorbije jaren een groot deel van de schuld heeft ge(her)financierd met korte looptijden. Een hoge langetermijnrente heeft allerlei ongewenste gevolgen zoals hoge tarieven voor nieuwe hypotheekleningen en langlopende kredieten. Van deze laatste moeten er vanaf volgend jaar veel worden geherfinancierd (de zogenaamde ‘maturity wall’) en dat zal dus tegen een (substantieel) hogere rente moeten gebeuren dan toen deze enkele jaren geleden werden afgesloten.

Liquiditeit is de sleutel

De records op de aandelenmarkten vallen samen met een aantal opmerkelijke vaststellingen. Zo zijn de waarderingen op basis van nagenoeg alle ‘klassieke’ waarderingsmaatstaven als de CAPE (Shiller p/e) en de Buffett -indicator heel hoog. Nu zijn waarderingen historisch gezien als individuele parameter vrij waardeloos om beleggingsbeslissingen op te baseren. Want wat al duur is, kan altijd nog  duurder worden. Maar los van de waarderingen zijn er nog andere ‘red flags’, zoals de insiders van verschillende grote bedrijven die de voorbije maanden massaal hun aandelenposities verkopen. Dat doe je als insider normaal niet als je weet dat er betere tijden zitten aan te komen.

Allemaal rode knipperlichten maar toch blijven de aandelenindexen (of toch die aandelen die het hoogste gewicht hebben binnen de index) vrolijk stijgen. De sleutel ligt bij de beschikbare liquiditeit die alle richtingen uitschiet en daardoor zorgt voor hoge activaprijzen en wat sommigen de ‘everything bubble’ noemen. Liquiditeit komt er in vele vormen en zowel van binnen als buiten het banksysteem. Dit maakt voorspellingen lastig want er zijn veel manieren om liquiditeit te definiëren maar geen enkele is perfect. Vraag dat maar aan de vele analisten die een jaar en 30% geleden al een markttop zagen.

Mijnbouwaandelen blijven achter

Een niche waar een speculatieve bubbel ver te zoeken valt, is deze van de mijnbouwaandelen. Op basis van de grote indexen valt het op het eerste zicht nog mee met een klim van 11% voor de Van Eck Gold Miners index (GDX) en 15% voor de Junior Gold Miners index (GDXJ) van dezelfde uitgever. De NYSE Arca Gold bugs index (HUI) zat daar met 13% mooi tussenin.

Er is op indexniveau geen sprake van enig hefboomeffect ten aanzien van de goudprijs, terwijl dat historisch toch wordt verondersteld om aanwezig te zijn goudmijnaandelen. Er zijn inderdaad individuele aandelen die uitstekend presteerden zoals Agnico-Eagle Mines (+43%). Maar bijvoorbeeld Newmont  Mining (-9%) en Barrick Gold (-13%), die beiden een hoog gewicht hebben in de goudmijnindexen, moeten op een ontgoochelend jaar terugblikken. De groep van royalty- en streamingbedrijven deed het wel vrij goed. Deze profiteerden van de hogere prijzen terwijl ze slechts een beperkt kostenrisico lopen.

Er waren ook verschillende overnames in de sector met mooie premies ten opzichte van de laatste slotkoers maar die vertellen meestal niet het volledige verhaal. Vaak stonden deze aandelen enkele jaren terug nog veel hoger zodat enkel wie de laatste maanden voor het bod kocht met winst kon uitstappen. De meer speculatieve projectontwikkelaars (developers) en exploratiebedrijven hadden het nog lastiger en konden slechts in beperkte mate profiteren van de hogere prijzen. Veel van deze bedrijven moeten bij gebrek aan kasstromen regelmatig extra kapitaal ophalen om hun project verder te laten evolueren of meer exploratiedoelen te starten. De hoge langetermijnrente is daarbij geen hulp.

De verklaringen voor de underperformance zijn talrijk. Sommige analisten verwijzen in het geval van de producenten naar de gestegen productiekosten maar die worden meer dan gecompenseerd door de hogere verkoopprijzen. Het beste bewijs daarvan is dat de marges zijn toegenomen.

Er is dus meer aan de hand dan alleen maar hogere kosten. Mijnbouwaandelen zijn een niche waar de zogenaamde mainstream of generalistische belegger enkel interesse in toont wanneer er een outperformance is tegenover andere activa. Dit is nog niet het geval, want door de sterke prestatie van de klassieke indexen is er geen nood aan diversificatie. De lage handelsvolumes zijn het beste bewijs van de geringe interesse van de brede markt. Daarnaast komt een deel van het speculatieve investeringskapitaal dat vroeger in de richting van goudmijnaandelen vloeide nu bij crypto’s terecht. Hoeveel precies valt niet te kwantificeren maar dat er wel degelijk een impact is, mag niet worden aan getwijfeld.

Het grote voordeel van deze underperformance en de desinteresse bij de investeerders is dat de kansen in de mijnbouwsector nog voor het grijpen liggen.

Elke individuele portefeuille is maatwerk wegens de verschillen in omvang, beleggingshorizon en risicotolerantie.

Voor een screening van een bestaande portefeuille of het samenstellen van een  selectie op basis van uw individuele voorkeuren kunt u mij contacteren op koen@element79.be .

Underperformance mijnaandelen: wat is er aan de hand?

De eerste jaarhelft zit er bijna op en dat betekent traditioneel besprekingen van klantenportefeuilles en het  eventueel aanpassen van de gevolgde beleggingsstrategie.  De met voorsprong meest gestelde vraag daarbij is waarom de mijnaandelen achter blijven op de stijging van de goud- en de zilverprijzen. Een terechte vraag, waar geen eenduidig antwoord op is.

Toen de lithiumprijs in 2022 de hoogte inschoot, verveelvoudigden de koersen van vrijwel alle gevolgde aandelen uit de sector. Hetzelfde verhaal bij de uraniumaandelen vorig jaar. Maar bij goud en zilver lijkt het voorlopig maar niet te willen lukken.  We bekijken een aantal oorzaken.

Korte vs. lange termijn

Ten eerste moet een en ander in het juiste perspectief worden gezien. Zo klom de Van Eck Gold Miners ETF (GDX) tussen begin maart en eind mei met bijna 45%. De Junior Silver Miners ETF (SILJ) liet zelfs meer dan 65% bijschrijven. Deze rendementen zijn weliswaar vanaf een bodemniveau gerekend en de voorbije weken ging er weer ruim 10% af, maar ik wil alleen aantonen dat de algemene perceptie dat mijnaandelen niet zijn gestegen toch niet helemaal klopt.

Het is wel zo dat de stijging gemeten over een langere referentieperiode niet veel voorstelt in verhouding tot de hogere edelmetaalprijzen. Zo noteren zowel GDX als SILJ op hetzelfde niveau als vier jaar geleden, hoewel de goudprijs intussen 500 dollar hoger staat en zilver in verhouding nog meer is gestegen. De vaststelling  dat de mijnaandelen achterblijven komt dus niet zomaar uit de lucht vallen.

Margedruk

Voor producenten is niet zozeer de goud- of zilverprijs zelf van belang maar wel de marges, of het verschil tussen de verkoopprijs en de totale productiekost (AISC). Tijdens en na de Covid-periode schoten de prijzen voor inputkosten arbeid (lonen, contractueel personeel), energie (olie, gas, elektriciteit) en andere grondstoffen (staal, cyanide, explosieven) de hoogte in, dit terwijl goud en zilver in een vrij nauwe prijsvork bewogen. De winstmarges stonden dus onder druk en dit liet zich zien aan de koersevolutie van de mijnaandelen.

De voorbije maanden brachten wel soelaas want de gemiddelde goudprijs was in het eerste en tweede kwartaal nooit eerder zo hoog. In het eerste kwartaal was dit nog niet echt te zien in de kwartaalcijfers van de goud- en zilverproducenten omdat de verkoopprijzen met vertraging reageren. In de cijfers van het lopende tweede kwartaal, die in juli en augustus gepubliceerd worden, zal dat wel al het geval zijn.

Mogelijks zorgen die fors gestegen marges (en dus hogere kasstromen) voor een wake-up call bij de beleggers.

Voldoende lucratieve alternatieven

Periodes waarin de goudprijs stijgt, gaan historisch meestal gepaard met tegenvallende prestaties van andere activa. Dit was bij de meest recente prijsuitbraak niet het geval. Obligaties doen het effectief niet goed door de stijgende rente maar daar tegenover staat dat vrijwel alle grote beursindexen op recordniveaus staan, gestuwd door de AI-koorts en een overschot aan liquiditeiten in de markt. Dan zijn er nog de cryptomarkten. Tijdens de vorige uitbraken bij goud stelde crypto nauwelijks iets voor maar intussen is de gecombineerde beurswaarde van alle crypto’s gestegen tot meer dan 2,5 biljoen dollar!

Het valt moeilijk te kwantificeren maar dat crypto een deel van het speculatieve investeringsgeld dat vroeger naar goud en mijnaandelen vloeide heeft ingepikt, kan niet worden ontkend.

Zolang andere (speculatieve) investeringen het goed blijven doen, is er dus geen incentive voor generalistische investeerders om de stap naar goud en mijnaandelen te zetten. Dat is ook duidelijk te zien aan de handelsvolumes bij de mijnbouwaandelen.  Die staan op een historisch laag niveau, wat illustreert dat voorlopig enkel nog de gespecialiseerde investeerders in deze markten actief zijn.

Een ommekeer in de brede markt kan dit doorbreken, al is de kans reëel dat bij een brede beursdaling de mijnaandelen in eerste instantie ook mee de dieperik in gaan om dan vervolgens als eerste weer recht te veren. Zo ging het althans in 2008/2009.

Hogere rente

Dan zijn er nog een aantal specifieke zaken die van toepassing zijn voor de projectontwikkelaars en de exploratiebedrijven. Deze categorie heeft nog geen inkomsten uit mijnproductie en dus geen kasstromen. Tegelijk is er wel geld nodig voor de bouw van een mijn en/of bijkomende exploratie. Dit betekent dat er regelmatig vers geld moet opgehaald worden. De kapitaalmarkten zijn vanuit risicostandpunt niet zo vriendelijk voor de kleinere mijnbouwbedrijven zonder inkomsten.  Daarbij komen nog de forse rentestijgingen sinds 2022 die klassieke financieringen voor veel bedrijven onbereikbaar maakten.

 

In sommige gevallen konden royalty- of streamingovereenkomsten soelaas brengen maar vaker moesten ontwikkelaars en exploratiebedrijven hun toevlucht nemen tot private plaatsingen onder ongunstige voorwaarden met veel nieuwe aandelen tegen een lage prijs. Die zorgen voor een hoge verwatering voor bestaande aandeelhouders, wat voor lagere koersen zorgt.

Naked shorting (handel met voorkennis)

Een andere factor is het fenomeen van ‘naked shorting’, een praktijk die toegestaan is op de TSX (Toronto) en TSX Venture, waar de meeste kleine mijnbedrijven noteren. M.a.w., het shorten van aandelen zonder deze in bezit te hebben (of geleend) is perfect legaal.

Nu is naakt shorten een gevaarlijk spelletje. De maximale winst is ‘beperkt’ tot 100% (indien het aandeel naar nul gaat, hoef je de positie niet te coveren en het niet terug te kopen) maar het potentiële verlies is onbeperkt want een aandeel kan stijgen tot ver boven het niveau waar het geshort werd. Daarom worden de meeste naked shorts opgezet met voorkennis, wat ze dus eigenlijk illegaal maakt.

Een klassiek voorbeeld is een bedrijf waarvan de liquiditeitsreserves fors geslonken zijn en dat op het punt staat om vers geld op te halen, bijvoorbeeld via een aandelenuitgifte met warrant via een private plaatsing, een bought deal of een converteerbare obligatie.  Wie daarvan voorkennis heeft (entourage van insiders en investeringsbanken die de kapitaaloperatie begeleiden bijvoorbeeld), kan risicoloos shorten tot zolang de koers onder de uitoefenprijs van de warrant of de conversieprijs zakt. Particuliere aandeelhouders die niet kunnen deelnemen aan de kapitaaloperatie zijn in dergelijke gevallen een weerloos slachtoffer en moeten de koersdalingen slikken.

De toekomst

En dan nu het goede nieuws. Er was historisch nog nooit een hausse in de goud- en zilverprijs die niet vroeg of laat werd gevolgd door stijgende koersen van de mijnaandelen. Dit zal ook nu weer het geval zijn. Bovenstaande factoren hebben een tijdelijke impact en zullen op termijn moeten wijken voor de natuurkracht van aanhoudend hoge(re) goud- en zilverprijzen.

Omdat er zoveel verschillende factoren meespelen, kan niemand daarvoor een concrete timing meegeven. Dit is echter geen excuus om te wachten met het uitbouwen van een portefeuille mijnaandelen!

Bij Element79 is elke individuele portefeuille maatwerk omdat er nu eenmaal grote verschillen zijn in te beleggen vermogen, beleggingshorizon en risicotolerantie bij elke klant. Voor een screening van een bestaande portefeuille of hulp bij aandelenresearch en het samenstellen van een gebalanceerde  selectie van producenten, projectontwikkelaars, exploratiebedrijven en royalty spelers in de grondstoffensector kunt u mij  contacteren op koen@element79.be .

Goud negeert klassieke correlaties

Correlaties tussen de prijzen van verschillende activa zijn heel belangrijk op de financiële markten. Algoritmes die de beurshandel domineren, zijn volgens deze correlaties geprogrammeerd. Wanneer bepaalde van die correlaties na meer dan 20 jaar niet meer opgaan, dan is het wel  belangrijk om daar even bij stil te staan.

Ik heb het hier concreet over de correlatie tussen de goudprijs enerzijds en de rente en de dollar anderzijds. Een hogere rente is klassiek  nadelig voor goud. Dit is logisch, want goud is een niet-rentedragend actief. Goud wordt ook in dollar verhandeld, waarbij een hogere dollar het metaal duurder maakt voor iedereen buiten de Verenigde Staten.

Schuldenvrij actief

De dollarindex (DXY) is dit jaar al 5% gestegen hoewel al sinds eind vorig jaar renteverlagingen in het vooruitzicht worden gesteld. Daarnaast zit ook de langetermijnrente in de lift. Beide elementen zijn nadelig voor goud maar toch noteert het gele metaal in vrijwel alle valuta tegen een (nominale) recordprijs. In dollar kwam er dit jaar al 12% bij, in euro 15% en in valuta die het nog slechter deden zoals de Japanse yen zelfs 22%.

Maar wat is nu de oorzaak van deze (tijdelijk) gebroken correlatie die al sinds vorige eeuw stand hield? Ik zie er verschillende. Ten eerste is een duurdere dollar een automatisch gevolg van de oplopende rente. Hoe hoger de rentevergoeding, hoe meer geld er naar die munt vloeit. En al zeker als het over de wereldreservemunt (dollar) gaat. Dus moeten we maar naar één parameter meer kijken. Waar komt de hoge (langetermijn)rente vandaan als de inflatie afneemt en de centraal bankiers renteverlagingen in het vooruitzicht stellen?

Het antwoord ligt bij de hoge schuldpositie van in hoofdzaak de overheden. Een oplopende rente maakt de totale rentelast op die schuld steeds zwaarder om te dragen. Daarvoor moeten nieuwe schulden worden uitgegeven wat een vicieuze cirkel in gang zet. De markt gaat een steeds hogere rentevergoeding eisen om dat risico te compenseren. Goud levert geen rente op maar er zijn ook geen schulden aan verbonden. Alle valuta verliezen bijgevolg in waarde tegenover de dollar.

Het Westen is nog niet wakker

Wie dat beter dan wie ook beseft, zijn de centrale banken zelf. Zij hebben al twee jaar op rij een recordhoeveelheid fysiek goud aangekocht. Die moeten dienen om het waardeverlies van de andere valuta die deel uitmaken van de reserves te compenseren. De centrale bank van China neemt daarbij het voortouw en wordt ook gevolgd door de private investeerders. Naar de redenen daarvoor moet niet ver worden gezocht: de Chinese aandelenmarkten doen het slecht, de lokale munt verlies in waarde tegenover de dollar en om het plaatje te vervolledigen is er ook nog een vastgoedcrisis. Geen verrassing dus dat goud in trek is.  

In het westen gebeurt dit vooralsnog niet en zijn de fysieke ETF-stromen nog steeds negatief. De gemiddelde westerse particulier heeft de boodschap dus nog niet begrepen. De rol van de westerse particulier op de goudmarkt wordt steeds onbeduidender. Het zwaartepunt is al langer naar het oosten verschoven. Dit wordt duidelijk geïllustreerd door de volumes op zowel de Shanghai Futures Exchange als de Shanghai Gold Exchange.

Nog even iets over de zogenaamde recordprijs van goud. De vorige records uit 1980 (850 dollar) en 2011 (1920 dollar) waren in nominale termen. Het spreekt voor zich dat die bedragen anno 2024 een stuk hoger liggen. Hoeveel hoger? De Inflation Calculator van de Amerikaanse overheid (https://data.bls.gov ). Deze gebruikt de officiële inflatie van de consumentenprijzen (CPI). Dat is een cijfer dat de reële prijsstijging meestal nog onderschat en bijgevolg zeker geen te hoog actueel cijfer oplevert. Welnu, de 1920 dollar van 2011 is er nu 3400 waard en de 850 dollar van 1980 zelfs 3400!  Van een top in reële termen is dus nog lang geen sprake.

Kansen bij mijnaandelen

Na een run van meer dan 400 dollar in amper twee maanden tijd is het waarschijnlijk en zelfs wenselijk dat er een consolidatieperiode volgt.  De echte kansen liggen dan ook eerder bij de goudmijnaandelen dan bij goud zelf.

De reactie van de goudmijnaandelen op de hogere goudprijs was op zijn zachtst gezegd eerder lauw te noemen. Toch in vergelijking met eerdere prijsstijgingen zoals in 2009-2010, 2016 en 2020. Ook daar zijn verschillende potentiële verklaringen voor. Zo zijn nagenoeg alle activa gestegen (records bij S&P500 en Nasdaq) zodat er niet per se nood was om te diversifiëren. Maar intussen zijn veel aandelen intussen duur maar goud wel spotgoedkoop. Daarnaast is er nu de niet te verwaarlozen concurrentie van crypto’s die er tijdens vorige hausseperiodes van goud niet was, of toch in veel mindere mate. Voor de groep speculatieve momentumbeleggers hebben crypto’s de plaats ingenomen van mijnaandelen waardoor daar nu minder geld naartoe vloeit.

Wanneer de impact van de hogere prijzen op de marges duidelijk wordt, zullen de beleggers vroeg of laat wel volgen. Tenminste, wat de producerende bedrijven betreft. Voor developers (projectontwikkelaars) en exploratiebedrijven blijft het een lastige periode. Dat komt enerzijds door de hoge kapitaalkost (rente!) en anderzijds door de risico-aversie tegenover deze bedrijven.  Maar door de hogere goudprijs wordt hetgeen in de grond zit wel steeds meer waard. Dus met bedrijven die een goed project kunnen voorleggen, komt het wel goed. Royaltybedrijven met voldoende financiële slagkracht die goed aan het opletten zijn, kunnen van deze situatie profiteren door bij lucratieve projecten de rol van financier op zich te nemen. Beleggers mogen zeker ook deze categorie niet uit het oog verliezen.

Elke individuele portefeuille is maatwerk omdat er nu eenmaal verschillen zijn in omvang, beleggingshorizon en risicotolerantie. Voor een screening van een bestaande portefeuille of het samenstellen van een nieuwe selectie op basis van uw individuele voorkeuren kunt u mij  contacteren op koen@element79.be .

Jaarstart in mineur voor goud

Lange tijd was er een sterke correlatie tussen de goudprijs en de reële rente (nominale rente min inflatie). Goud is geen rentedragend actief wat wil zeggen dat een positieve reële rente ongunstig is voor het gele metaal wegens de zogenaamde opportuniteitskost. Omgekeerd is een negatieve reële rente juist heel gunstig voor goud.

Correlatie gebroken?

Eind vorig jaar liep die reële rente fors op nadat de inflatie veel sterker daalde dan de rentes. Toch bereikte de goudprijs (kortstondig) een nieuw record dat weliswaar niet vastgehouden kon worden

Is de klassieke correlatie tussen goud en de reële rente daarmee gebroken. Ja en nee is het antwoord. Ja, op het niveau van de prijs, want dat is nu eenmaal de objectieve vaststelling. Neen, op het niveau van de reacties van investeerders die nog steeds uitverkoop houden in goud.

De goud ETF’s kenden in 2023 voor het derde opeenvolgende jaar een netto uitstroom. Die lag met 244 ton nog een stuk hoger dan de 109,5 ton een jaar eerder. Hetzelfde verhaal voor wie belegt in goudmijnaandelen. Ook daar is de prestatie ver ondermaats, dit ondanks de hoge goudprijs. De verkoop van gouden staven en munten daalde vorig jaar met 3%, al waren er wel sterke regionale verschillen.

Zowel de investeerders in ETF’s, goudmijnaandelen als munten en staven reageerden dus op dezelfde manier op de hogere reële rente, nl. door uitverkoop te houden. Maar waarom steeg de goudprijs dan toch? Het antwoord ligt bij de centrale banken. Die kochten gezamenlijk 1037 ton goud, slechts 45 ton minder dan in het recordjaar 2022. Die koopwoede past in de brede trend om de valutareserves te diversifiëren weg van de dollar. De Chinese centrale bank was de grootste slokop met 225 ton, gevolgd door Polen die 130 ton goud kocht. De centrale bank van Polen wil 20% van de totale reserves in goud aanhouden. Momenteel ligt dit cijfer op 12%.

Powell krabbelt terug

De eerste weken van een nieuw jaar zijn traditioneel een periode waarin edelmetalen goed presteren. 2024 is de spreekwoordelijke uitzondering die de regel bevestigt.  Eind februari noteert goud 2% lager dan bij de start van dit jaar. Zilver moet zelfs 4% inleveren. In euro schommelt het rendement van goud rond het nulpunt maar zilver staat wel 2% in het rood.

De verklaring ligt bij een gewijzigde perceptie van de markt tegenover de geplande renteverlagingen. In december verraste Federal Reserve voorzitter Jerome Powell vriend en vijand door voor 2024 een aantal renteverlagingen in het vooruitzicht te stellen. Dit bleek voorbarig want verschillende regionale Fed-gouverneurs temperden al snel de verwachtingen en uiteindelijk keerde ook Powell zijn kar. Tijdens de monetaire vergadering van 31 januari werd de rente zoals verwacht ongewijzigd gelaten maar Powell liet verstaat dat er ook de eerstvolgende vergadering van 20 maart niet op een renteverlaging moet worden gerekend.

De inflatie minder hard dan verwacht en ook de arbeidsmarkt wil maar niet afkoelen. Te agressieve renteverlagingen kunnen de inflatie weer doen aanwakkeren en dit is het laatste wat men in een verkiezingsjaar wil bereiken. Het toekomstige rentepad is met andere woorden weer een stuk onduidelijker geworden. De verwachte start van de renteverlagingen wordt steeds verder achteruit geschoven.  

Toch is een aanhoudend hoge rente niet het basisscenario. Voor veel bedrijven en gezinnen was de hoge rente tot nog toe niet zo’n groot probleem. Dat komt omdat we uit een lange periode van meer dan een decennium komen met lage rentes waarbij er veel tijd was om schulden goedkoop te herfinancieren en in de tijd te spreiden.

Overheden hebben die luxe niet, want wegens de aanhoudende deficits en oplopende schulden zijn deze verplicht om aanhoudend te financieren. De rentelasten nemen dus snel toe en nemen een steeds grotere hap uit de begroting, waardoor nog meer schulden moeten aangegaan worden. Enkel negatieve reële rentes kunnen soelaas brengen en dat zou een gunstig scenario zijn voor goud.