USD: ‘most crowded trade’ gaat de mist in

Wanneer bij een bepaalde beleggingscategorie de neuzen van investeerders massaal in dezelfde richting staan, dan spreekt men ook wel van een ‘crowded trade’. Een long positie op overheidsobligaties is veruit de grootste crowded trade van de voorbije jaren, uiteraard met dank aan de historisch lage langetermijnrente.

Een andere crowded trade, met name dan sinds de verkiezing van Donald Trump als nieuwe president van de Verenigde Staten, is een long positie op de Amerikaanse dollar. De dollarindex (DXY) klom tussen begin november en begin januari van 96 naar meer dan 103, het hoogste niveau in 14 jaar! Maar ondanks 2 recente renteverhogingen door de Federal Reserve is de dollarindex na 1 kwartaal in 2017 terug onder het niveau van begin dit jaar gedaald.

us-dollar-index-historical-chart-2017-03-26-macrotrends_260317

Waarom zijn valutaschommelingen voor uw financiën van belang?  In theorie stimuleert een goedkope munt de uitvoer en bijgevolg ook de economische groei, ten minste indien het land of de muntzone erachter ook over een sterke exportindustrie beschikt. Zo probeerde Trump eerder dit jaar al herhaaldelijk de dollar naar beneden te praten (“Our companies can’t compete with them (China) now because our currency is too strong. And it’s killing us.”).

Anderzijds haalt een sterke munt de kostprijs van ingevoerde goederen en diensten naar beneden. Zo kan bijvoorbeeld een stijging van de olieprijs (in dollar) worden gecompenseerd door een klim van de euro tegenover de dollar waardoor de energiekosten in de eurozone toch niet stijgen.

We herinneren eraan dat ‘sterkte’ op de valutamarkten een relatief begrip is. Vanuit fundamenteel standpunt zijn alle landen achter de grote valutablokken (VS, Europese Unie, Japan, Verenigd Koninkrijk) er slecht aan toe met hoge (en oplopende) schulden en begrotingstekorten. Bij valutaschommelingen gaat het dus niet om welke de beste maar wel relatief gezien de minst slechte munt is.

Daarbij is de perceptie in de markt en de verwachtingen over hoe de valuta relatief gezien tegenover elkaar zullen presteren het belangrijkst. Begin dit jaar was die perceptie ten aanzien van de Europese eenheidsmunt erg negatief. Met de aanhoudende crisis in de eurozone en enkele belangrijke verkiezingen op het programma in 2017 dook het sentiment onder nul. Toch is de EUR sinds begin dit jaar gestegen van 1,04 naar 1,08 tegenover de USD.

De dollar steeg in het eerste kwartaal dus niet alleen niet door tegenover de andere valuta maar verloor integendeel flink terrein, onder meer tegenover de euro.

De voorspellingen van enkele maanden terug kunnen dus naar de prullenmand.

Hoe komt dit en wat zijn de vooruitzichten?

“USD: ‘most crowded trade’ gaat de mist in” verder lezen

Bitcoin: beter dan goud?

Er was vorige week heel wat te doen over het feit dat één bitcoin voor het eerst meer waard was dan een troy ounce (31,1 gram) goud. De bitcoin kwam eerder al eens in de buurt van goud toen de virtuele munt eind 2013 piekte op bijna 1200 dollar. Maar toen stond goud 100 dollar hoger dan nu en kon de claim van ‘duurder dan goud’ nog niet worden gemaakt.

Kort daarna ging Mt. Gox, met een aandeel van bijna 70 procent de grootste online marktplaats voor bitcoins, op de flesBij de afwikkeling van het faillissement bleken bijna een miljoen bitcoins ‘vermist’ . Dit stuurde een schokgolf door de bitcoin-community. Fans van de virtuele munt moesten een tijdlang door het stof kruipen en begin 2015 daalde de prijs naar minder dan 200 dollar.

MtGox

Daarna ging het opnieuw naar omhoog en 2016 was een ‘boerejaar’ voor de bitcoin met een ruime prijsverdubbeling. Dit jaar ging daar dus nog een schep bovenop tot ruim 1300 dollar begin maart. Na het (voorlopig?) afblazen van een bitcoin ETF (tracker) door de Amerikaanse beurswaakhond SEC deed de Bitcoin zijn reputatie opnieuw alle eer aan met een crash van ruim 20 procent.

Maar in hoeverre houdt de vergelijking tussen bitcoin en goud eigenlijk steek? Is het überhaupt relevant om de vergelijking tussen beide te maken?

Laat ons starten met nogmaals het verschil tussen geld (money) en valuta (currency) in herinnering te brengen. Valuta als de Amerikaanse dollar, de euro of pakweg de Venezolaanse bolivar zijn zogenaamde fiat valuta of currencies. Ze worden ad hoc uitgegeven door centrale banken en dienen als prijseenheid en als ruilmiddel. Goederen en diensten worden geprijsd en verhandeld in fiat valuta. Geld voegt daar nog een functie aan toe, nl. de opslag van waarde (sparen of uitgestelde consumptie).

Valuta doen het over een langere periode heel slecht als waardeopslagmiddel. Ofwel verdwijnen ze, ofwel blijft er van hun koopkracht maar een fractie meer over door inflatie. Goud is geld, maar waar plaatsen we de bitcoin? Geen enkele handelaar prijst zijn producten in goudgrammen, al kan het theoretisch wel. Men kan er ook perfect mee betalen en dit overal ter wereld. Verschillende handelaren accepteren ook bitcoin.

In beide gevallen gaan die handelaren vrijwel onmiddellijk hun ontvangen goud en bitcoins fysiek of digitaal inruilen naar fiat valuta. Omwille van de hoge volatiliteit van goud en bitcoins uitgedrukt in valuta willen ze dit prijsrisico zoveel mogelijk uitsluiten. Elke prijsvorming blijft dus rond fiat currencies gecentraliseerd. Anders gesteld, ook goud en bitcoin ontsnappen niet aan de Amerikaanse dollar als fiat wereldreservemunt.

Blijft over: het kenmerk van waardeopslag. Hoewel de goudprijs sterk kan schommelen, kan het gele edelmetaal een track record van 5000 jaar voorleggen als universeel waardeopslagmiddel. Dit dankt het aan enkele unieke kenmerken als duurzaamheid, deelbaarheid, draagbaarheid en het beschikken over een intrinsieke waarde.  Er komt jaarlijks ongeveer 2500 ton goud bij uit nieuwe mijnproductie.  Op een totaal van ongeveer 185000 ton bovengronds goud komt dit neer op een natuurlijk inflatiepercentage van 1,3 procent.

Valuta hebben geen enkele intrinsieke waarde behalve die van het papier waarop ze worden gedrukt (zo goed als niets dus). Ze ontlenen hun waarde aan het vertrouwen dat de koopkracht ervan min of meer behouden blijft.

Dit is lastig, want de groei van het aanbod is in theorie onbeperkt.

U moet dus geloven, of u wordt althans verondersteld om dit te doen, dat de uitgevende instelling (de centrale banken dus) het privilege om geld bij te drukken niet zullen misbruiken.

Maar hebt u daar ooit wel over nagedacht?

gold-vs-bitcoins

Bij goud wordt het aanbod dus ‘natuurlijk’ beperkt (by nature), bij de bitcoin en de meeste andere virtuele munten of crypto-currencies is dit ‘by design’ (blockchain-technologie). Of deze daarmee automatisch een waardeopslagmiddel zijn, is een andere zaak.

“Bitcoin: beter dan goud?” verder lezen

Olie: uitbraak nabij?

Ruwe olie duwt de jongste weken tegen de bovenkant van de nauwe prijsvork waar het al sinds eind november in beweegt. De OPEC bespeelt daarbij op een meesterlijke manier de media door de aandacht in de eerste plaats op de afgesproken productiebeperkingen te houden en andere elementen als onbelangrijk af te serveren.

Ongeveer 3 maanden geleden kwamen de OPEC-leden en een aantal grote producenten die niet tot het kartel behoren eerder onverwacht tot een akkoord om de productie te beperken. De OPEC-leden zouden daarbij vanaf januari de productie met 1,2 miljoen vaten/dag verminderen. Rusland en een aantal kleinere niet-OPEC aanbieders zouden daar nog eens 0,6 miljoen vaten bij doen.

De markt reageerde euforisch en stuurde de olieprijs in geen tijd 15 procent hoger om vervolgens…te stabiliseren. Het enthousiasme ebde wat weg en dit kwam vooral door de duurdere dollar en de toegenomen output in de Verenigde Staten.

olie23feb17

Ter gelegenheid van de International Petroleum Week van het Energy Institute, een belangrijke jaarlijkse sectorbijeenkomst, achtte OPEC de tijd rijp om de olieprijs nog eens omhoog te praten.

Bij monde van Secretaris-Generaal Barkindo werd de grote ‘compliance’ met de afgesproken productiebeperkingen in de verf gezet: ongeveer 90 procent van de afgesproken beperkingen werden in januari ook effectief doorgevoerd.

Newsflash: dit is altijd het geval in de beginperiode van dergelijke productieovereenkomsten, zo leert ons het verleden. Het zou er ook nog maar aan mankeren moesten de leden er na 1 maand al de brui aan geven… De compliance bij de niet-OPEC leden was trouwens ‘iets lager’. We zijn benieuwd hoeveel lager.

De komende maanden zal blijken of er maskers zullen afvallen en welke dat wel zullen zijn. We schreven eerder al dat Saoedi-Arabië zelf seizoensgebonden en dus geplande productiedalingen bewust uitstelde om later als ‘vrijwillige’ beperkingen te verkopen.

Ook Iran staat te popelen om de productie te verhogen nu recent een nieuw olieveld werd ontdekt. En vergeet ook niet dat Libië en Nigeria werden vrijgesteld van het gemeenschappelijk akkoord en zonder beperking hun output kunnen verhogen.

Eind mei moeten de kaarten op tafel komen wanneer over een eventuele verlenging van de overeenkomst moet worden beslist. Saoedi-Arabië liet al weten daar niet afkerig tegenover te staan indien zou blijken dat de voorraden niet snel genoeg afnemen.

Het terug in evenwicht brengen van vraag en aanbod is de voornaamste doelstelling van de productiebeperkingen. Naast hogere prijzen uiteraard, maar dit wordt natuurlijk niet luidop gezegd.

De globale consumptie van ruwe olie zal de komende 5 jaar met 1 tot 1,5 miljoen vaten/dag toenemen. De groei van de niet-OPEC productie wordt gemiddeld op 800000 vaten/dag geschat. Dit betekent dat er voor OPEC de komende jaren niet zoveel marge meer overblijft. Het kartel is dus ‘gedoemd’ om met de rem op te produceren. Vraag is of de leden dit zullen blijven opbrengen. Ik heb er alvast geen goed oog in.

De vraag is niet of er dissidentie zal komen maar wel wanneer.

“Olie: uitbraak nabij?” verder lezen

Feest op de beursvloer!

Wanneer de niet-gespecialiseerde pers uitpakt met nieuws over de financiële markten, dan gaat het ofwel om een beurscrash ofwel om één of ander nieuw record.

Het “nieuws” was dat de All Equity index van MSCI het vorige record uit 2007 achter zich had gelaten en doorstoomde naar een nieuw hoogtepunt. Daarbij bereikte dus ook de gezamenlijke beurswaarde van de bedrijven uit de index een nieuw record. Afgerond gaat het om ongeveer 40 biljoen of 40000 miljard dollar.

Dit is overigens nog lang niet de totale wereldwijde beurswaarde want niet alle bedrijven uit alle landen maken deel uit  van de index. De gecombineerde globale beurswaarde ligt nog bijna 2 keer zo hoog.

MSCIWorld220217

Vooral op de Amerikaanse beurzen laten investeerders zich helemaal gaan. Nu zijn er 2 manieren om stijgende beurskoersen te interpreteren. Ofwel blijven de waarderingen gelijk en gaan de koersen parallel omhoog met stijgende bedrijfswinsten. Dit is de duurzame variant. Een tweede manier is dat de koersen veel harder stijgen dan de, soms onbestaande, winstgroei. Die hogere koersen gaan dan hand in hand met hogere waarderingen, ook wel multiple expansion genoemd.

Deze multiple expansion heeft alles te maken met de historisch lage langetermijnrente. Die liet gemakkelijke kostenbesparingen toe zoals de herfinanciering van schulden. Daardoor konden de Raden van Bestuur van beursgenoteerde bedrijven Sinterklaas spelen met hogere dividenden en aandeleninkopen.

Een lage rente duidt op lage inflatieverwachtingen en een lage risicoperceptie, wat dan weer hogere beurskoersen zou verantwoorden. Het probleem met de historische lage rente is dat ze niet door een normale marktwerking tot stand is gekomen maar wel door de monetaire politiek van de centrale banken.

Dit maakt dat ook het signaal dat de lage rente afgeeft aan de financiële markten vals is wat deze parameter in feite onbruikbaar maakt.

De hoge waarderingen zijn echter niet vals. De zogenaamde Shiller p/e, genoemd naar de Yale-econoom die deze ontwikkelde, corrigeert de gewone koers/winst verhouding voor cyclische invloeden door de gemiddelde winsten van de voorbije 10 jaar te nemen.

Bijgevoegde grafiek toont de Shiller p/e van de S&P500. Deze bevindt zich 77 procent boven het historische gemiddelde van 16,7 en lag enkel in 1929 en in 1999-2000 nog hoger. Beleggers weten ongetwijfeld welke richting de beurskoersen kort na deze piekmomenten uit gingen.

shiller_pe220217

U kunt opwerpen dat de meeste Europese beurzen nog onder hun recordniveau noteren. Correct, maar dat is zoals bij een dreigende overstroming wachten met evacueren omdat niet alle huizen even hoog onder water zullen lopen. Anders gezegd: dat argument slaat helemaal nergens op.

Kunnen de monetaire overheden hun stimuleringspolitiek blijven aanhouden en zal de langetermijnrente dus nog geruime tijd laag blijven? Of kruipen de inflatieverwachtingen stilaan toch hoger en wordt de trend van 36 jaar dalende rente gekeerd?

fredgraph10y_22feb

En wat zal de impact daarvan zijn op uw portefeuille? Denkt u dat er nog veel rek zit op de bedrijfswinsten en de waarderingen? En zijn de beursrecords een realistische afspiegeling van de reële economie? Gaat het dan werkelijk zo goed?

Daarom een warme oproep aan iedereen met een uitgebreide aandelenportefeuille om deze aan een kritische screening te onderwerpen.

Bent u daar niet of onvoldoende in onderlegd, doe dit dan samen met een specialist. Alles op zijn beloop laten is met de huidige stand van zaken op de financiële markten écht geen optie. U bent gewaarschuwd.

 

Update uranium

Energie is de voorbije 12 maanden flink duurder geworden met prijsstijgingen voor ruwe olie en afgeleide producten, aardgas en zelfs steenkool. Uranium daarentegen blijft een achterblijver binnen het energiecomplex.

De prijs van een pond uranium (kernbrandstof) viel eind november zelfs terug naar minder dan 18 dollar. Dit was het laagste peil sinds 2003. Samen met uranium gingen ook de gerelateerde aandelen onderuit.

UXW_07feb

Door het aanhoudende overaanbod en het gebrek aan positief nieuws is het sentiment bij investeerders ten aanzien van uranium barslecht.

De voorbije 2 maanden klom de uraniumprijs terug richting 25 dollar. Nog steeds bepaald niet spectaculair want daarmee staat uranium terug waar het in september al stond.

De ‘spot market’ of cash prijs is door de lage volumes echter een weinig accurate barometer voor de uraniumindustrie.

De contractprijs is veel belangrijker voor bedrijven die in de sector actief zijn. Dit is de prijs voor leveringsovereenkomsten tussen producent en de afnemer, meestal een nutsbedrijf.

Omwille van de relatieve ondoorzichtigheid van de markt en de afgesloten contracten is de spot price bij gebrek aan beter wel de parameter die het sentiment en dus de koersen van uraniumaandelen doet bewegen.

Aanleiding van de recente prijsstijging is de intentie van het staatsbedrijf Kazatomprom uit Kazachstan om de output van uranium te verminderen. Deze centraal-Aziatische republiek is het voorbije decennium uitgegroeid tot de grootste uraniumproducent ter wereld.

Dit is te danken aan de erg lage productiekost. Maar ook Kazachstan heeft het stilaan wel gehad met de aanhoudende prijsdalingen die alle spelers in de sector intussen al 6 jaar in hun greep houden.

Kazatomprom

Omwille van het overaanbod wil Kazachstan de output van uranium in 2017 met ongeveer 10 procent verminderen. Concreet gaat het om iets meer dan 5 miljoen pond of ongeveer 3 procent van de mondiale mijnproductie. Dit lijkt misschien niet veel maar als signaal kan het wel tellen.

Eerder hebben ook al verschillende Noord-Amerikaanse en Australische producenten mijnen gesloten en hun aanbod verminderd.

Nutsbedrijven, kopers van kernbrandstof, hebben voorlopig nog voldoende hoge voorraden aan kernbrandstof en kunnen het zich dus veroorloven om een afwachtende houding aan te nemen.

Het Japanse nutsbedrijf Tepco liet vorige maand weten dat het onder een langjarig afnamecontract met Cameco uit wil. Dit is geen goed nieuws en wijst er op dat het herstel nog niet is ingezet.

De heropstart van kerncentrales in Japan blijft maar aanslepen omwille van juridische en politieke spelletjes. Dit maakt dat Tepco ook niet zoveel uranium nodig heeft dan het zich eerder voor had geëngageerd.

Concreet gaat het om een contract ten belope van 9,3 miljoen pond uranium met looptijd tot 2028. Cameco ziet over die periode dus 1,3 miljard Canadese dollar door de neus geboord maar legt zich niet neer bij de eenzijdige beslissing van Tepco.

Wellicht komt er een vorm van minnelijke schikking tussen beide bedrijven

Het is vooral zuur dat uitgerekend Tepco ‘force majeure’ of overmacht inroept om het contract te ontbinden. Tepco was de uitbater van de Dai-ichi kerncentrale in Fukushima.

Tepco had verzuimd om te investeren in back-up stroomvoorzieningen voor de koeling van de reactoren. Dit had rampzalige gevolgen toen door een aardbeving en daaropvolgende tsunami de stroom uitviel en 3 van de 6 reactoren smolten.

Hoe dan ook zien we op korte termijn de negatieve nieuwsstroom nog niet snel opdrogen. Dit hoeft daarom niet automatisch te betekenen dat de spot price nieuwe dieptepunten zal opzoeken.